Vraag, Klacht, of Idee?
 

Bedrijfseconomie cursus
Sub-menu: Vraag, Klacht of Idee?

  • Vraag, Klacht, of Idee?
  • Secties / Sections:

    NL Bedrijfseconomie
    NL Weblog
    ENG E-course
    Webshop Webshop

    JBA-Kwartaal
    eZine over Geld en Beleggen

    GRATIS
    ... meer info





    Euro, Dollar, Yuan
    Wat er speelt in de financiële wereld
    De essentie, elk kwartaal

    Archief verschenen edities

    En download direct GRATIS
    E-book Geld KOST Geld, 64 p.
    ISBN 9073397065
    Winkelwaarde 13,15 Euro

    JBA-Databank
    KvK nr. 06058640
    7522 HJ Enschede (NL)
    info@jbadatabank.com
    Webdesign: DOTworks
     

    Vraag, Klacht, of Idee?

    Heeft u een vraag, een klacht, of een idee? 

    Meldt het ons a.u.b. en wij gaan er onmiddellijk mee aan de slag. 

    Voorbeeld van een gestelde VRAAG met in blauw weergegeven het gegeven antwoord per e-mail. Op deze wijze is er rechtstreeks contact tussen de vragensteller enerzijds en anderzijds docent Ir J.F. Jacobs. 

    Bij de onderneming Cafetine worden kookapparaten gemaakt. Om een kookapparaat te produceren is in de standaardkostprijs 0,5 machine-uur opgenomen. Deze machine-uren worden door de machine afdeling doorberekend voor euro120 per machine-uur aan de montage afdeling. De opbouw van deze euro120 bestaat uit euro100 variabele kosten en uit euro20 constante kosten. De normale productie is 5.000 kookapparaten per productieperiode. 

    Standaard Budget (SB) per periode in euro

    2.500 Machine-uren x 20 €/uur VAST = 50.000 VASTE machinekosten

    2.500 Machine-uren x 100 €/uur variabel = 250.000 variabele machinekosten

    Totaal SB 300.000 €


    Na afloop van een productieperiode bleken er 5.250 kookapparaten te zijn gemaakt. 

    Op grond van deze informatie is je tweede vraag te beantwoorden. Zie AB hieronder.

    Waarvoor 2.600 mach uren werden gebruikt. Aan variabele kosten werd euro252.000 betaald. De vaste machinekosten bedroegen eur48.000. Geef de berekening van de vaste kosten per machine uur. 

    Deze vraag begrijp ik niet. Want de vaste kosten per machine-uur zijn gegeven, immers 20 €/ uur. Wat moet daar nog aan berekend worden? 

    Geef de berekening van toegestane totale machinekosten voor de gerealiseerde productieomvang. 

    Actueel Budget (AB) voor de beschouwde periode in euro

    5.250 stuks apparaten zijn daadwerkelijk geproduceerd, waarvoor je met gezond verstand verwacht

    2.625 Machine-uren

    x 100 €/uur variabel = 262.500 variabele machinekosten.

    Plus 50.000 VAST.

    Totaal AB 312.500 € (de toegestane totale machinekosten)



    Opm.

    De VASTE (of constante) machinekosten zijn VAST, dat heet niet voor niks VAST of constant. Dat IS ook zo.

    Hét kenmerk van VASTE kosten is dat het onafhankelijk is van de omvang van de productie. Die omvang doet er dus niet toe.

    N.B.

    Het verschil tussen SB en AB zal direct duidelijk zijn, toch?

    Het gaat om 125 EXTRA machine-uren, immers 2.625 t.o.v. 2.500,

    125 EXTRA machine-uren x 100 €/uur, is die 12.500 € verschil tussen AB 312.5000 € en SB 300.000 €.

    Geef de berekening van het verschil tussen de toegestane machinekosten enerzijds en anderzijds de werkelijke machinekosten. 

    Werkelijk Resultaat (WR) voor de beschouwde periode in euro

    48.000 VAST afgerekend

    252.000 variabel afgerekend

    Totaal WR 300.000 €

    Verschil WR t.o.v. AB is 12.500 € meevaller. Positief. Je zou niet verbaasd staan van 312.500 € totale kosten.

    Je krijgt in werkelijkheid 300.000 € kosten voor je kiezen. Het verschil, totaal, is 12.500 € +

    Te splitsen in:

    VAST verwacht 50.000

    VAST werkelijk 48.000

    Dat valt 2.000 + mee dus. Prijsvoordeel vaste machinekosten. [1]

    Er zijn 5.250 stuks apparaten gemaakt. We knipperen niet met de ogen wanneer hiervoor 2.625 machine-uren zouden zijn ingezet (zie AB).

    Echter, in werkelijkheid zien we 2.600 machine-uren.

    Het valt 25 machine-uren mee.

    25 machine-uren x 100 €/uur = 2.500 € + efficiencyvoordeel variabele machinekosten. [2]

    Ten slotte,

    De rekening komt van de variabele machine-uurkosten.

    Je weet inmiddels dat 2.600 machine-uren zijn verbruikt (zie het efficiencyverschil).

    Verwacht:

    2.600 x 100 €/uur is 260.000 € moet op de rekening staan (dan zou je niet met je ogen knipperen).

    Variabel verwacht 260.000 €

    Variabel werkelijk 252.000 €

    Dus 8.000 € + prijsvoordeel variabele machinekosten. [3]

    [1] + [2] + [3] = 12.500 € +

    Zo duidelijk?

    Zo niet, vraag maar verder.
       

    De bron van deze vraag is onbekend, maar dat is ook niet van belang. Hieronder volgt een andere vraag over een ander onderwerp.  

    Een N.V. heeft een geplaatst en volgestort aandelenkapitaal van nominaal 4 miljoen euro, verdeeld in aandelen van nominaal € 100,-. De intrinsieke waarde van een aandeel is € 250,-. De totale waarde van de bezittingen van de N.V. is € 16.000.000,-. Tot de schulden behoort een converteerbare obligatielening van nominaal 2 miljoen euro, verdeeld in obligaties van € 1.000,-. Mettertijd kan conversie plaatsvinden, waarbij tegen inlevering van 1 obligatie 5 aandelen kunnen worden verkregen. De N.V. kondigt een emissie aan van nominaal 1 miljoen euro aandelen a pari, uitsluitend bestemd voor de houders van oude aandelen, en deze emissie vindt plaats voordat er obligaties tot conversie zijn aangeboden. De nieuwe aandelen hebben eveneens een nominale waarde van € 100,-. Door deze emissie wordt de berekende waarde van een obligatie kleiner. 1. Bereken het totale bedrag van de schulden van deze N.V.

    2. Bereken de intrinsieke waarde van een aandeel, uitgaande van de veronderstelling dat alle converteerbare obligaties zijn omgezet in aandelen.


    3. Bereken de waarde van een obligatie, uitgaande van de onder punt 2. te berekenen intrinsieke waarde van een aandeel.

    4. Bereken hoeveel de waarde van 1 converteerbare obligatie door de genoemde emissie is verminderd; ook bij deze berekening aan te nemen dat alle obligaties zijn geconverteerd.



    Ad 1.

    40.000 stuks aandelen van elk € 100 nominaal (is het gegeven € 4.000.000 nominaal aandelenkapitaal).

    40.000 stuks x € 250 gegeven intrinsieke waarde per aandeel is € 10.000.000 eigen vermogen (EV).

    Balanstotaal is gegeven € 16.000.000.

    VV (vreemd vermogen), het totaal van de schulden, is dus € 6.000.000.
      

    De conversiekoers is niet gegeven, ik zie dat graag expliciet gegeven. Nu moet ik maar aannemen dat het € 200 is. Immers nominaal € 1.000 obligatie wordt omgezet in 5 aandelen, dus dan is zo'n aandeel € 200 waard.


    Ad 2.

    2.000 stuks converteerbare  obligaties kunnen worden omgezet in 2.000 x 5/stuk is 10.000 stuks nieuwe aandelen van elk € 100 nominaal.

    Dus € 1.000.000 EXTRA nominaal aandelenkapitaal.

    De aandelen worden uitgegeven tegen een conversiekoers van € 200 per stuk, dus € 100 boven pari, is € 1.000.000 EXTRA agioreserve.

    Samengevat, € 2.000.000 VV wordt omgezet in € 2.000.000 EV, te splitsen in € 1.000.000 EXTRA nominaal aandelenkapitaal en € 1.000.000 EXTRA agioreserve.

    Er is vervolgens € 12.000.000 EV, te verdelen over inmiddels 50.000 stuks aandelen, geeft € 240 intrinsieke waarde per aandeel.

    Ad 3.

    1 obligatie geeft 5 aandelen, dus 5 x € 240/stuk = € 1.200 is de waarde van 1 obligatie.


    Ad 4.

    Claimemissie van 10.000 stuks nieuwe aandelen van nog steeds € 100 nominaal a pari. 

    Er rolt € 1.000.000 in de kas. Balanstotaal wordt € 17.000.000.

    EV is nu € 11.000.000. Er zijn nu 50.000 stuks aandelen.


    Dit is het nieuwe uitgangspunt, waarna de obligaties weer geconverteerd kunnen worden, nog steeds op dezelfde wijze, 1 obligatie geeft 5 aandelen, veronderstelde conversiekoers is € 200.


    Na conversie komt EV op € 13.000.000 te verdelen over dán  60.000 stuks aandelen, is € 216,666... intrinsieke waarde per aandeel. Nog steeds geeft 1 obligatie 5 aandelen, dus 5 x € 216,666… is afgerond € 1.083,33. Het was € 1.200 en het is dus nu € 116,67 minder.
    Zo duidelijk?

    Vraag gerust verder, als iets niet helder is.  

     

     
       
     
    Period Profit Measurement Bedrijfseconomie